Hier lees je de columns die ik sinds december 2024 tweewekelijks voor de lokale kranten schrijf.
MOTOR (4 juni 2025)

Als Joost ’s ochtends vrouw en kinderen dag zegt om te gaan fietsen, weet niemand dat dit de laatste keer zal zijn dat ze elkaar vrolijk uitzwaaien. Joost, politieman in hart en nieren, verruilt z’n dienstmotor regelmatig voor z’n fiets om tochtjes met vrienden te maken. Dat zo’n tochtje hem fataal wordt door een valpartij, kan hij natuurlijk niet vermoeden. Het ongeloof is dan ook enorm als zijn vrouw en kinderen dit akelige nieuws horen. De tijd lijkt te stoppen; het is tasten naar enig houvast. Maar het meest vanzelfsprekende houvast is niet meer. Ondertussen tikt de tijd genadeloos door en Joost verdient ‘n mooi afscheid. Ik vraag welke wensen er leven en we bekijken hoe deze vorm kunnen krijgen. De basisschool van de kinderen, de voetbalclub, collega’s… we betrekken ze erbij zodat eenieder op een eigen manier kan bijdragen aan de dag van het afscheid. Dé dag. Politiemotoren rijden het kerkplein op. Collega’s stappen af en nemen alle tijd voor Joost zijn kinderen. Zo lief! Ja, ze mogen op de motoren zitten. Voelen hoe papa soms met de motor op het schoolplein stond, omgeven door z’n kinderen en klasgenootjes. De motoragenten vormen een ere-escorte en begeleiden de rouwstoet via het dorp naar de begraafplaats. Met een bloem in de hand vormen honderden kinderen van voetbal en school een lange erehaag. Stapvoets rijdt rouwstoet er doorheen, op weg naar de aula. De motoren voorop. Binnen raakt het me diep als ik zoveel stoere motoragenten zie huilen. Groot verdriet om Joost: motor van z’n gezinnetje, drijvende kracht achter z’n voetbalclub en gewaardeerde collega van zijn andere ‘gezin’, het politiekorps.
(Geen column op 21 mei 2025)
BAND (7 mei 2025)
Rutger is 95 als hij overlijdt in het verzorgingstehuis waar hij sinds z’n 88e woont. Een lieve man die midden in het leven stond. Rutger laat een schare kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen na, was geliefd bij zijn medebewoners en kon enorm genieten van de bloemen om hem heen. Vroeger in zijn tuin en later in de natuur rondom het tehuis. Op de dag van de uitvaart komen tientallen familieleden naar het tehuis waar Rutger in zijn slaapkamer opgebaard ligt. Ik voel de pijn van de kinderen als ze de kist sluiten. Elk kind is anders en dus was Rutger voor ieder van hen ook een ‘andere’ vader. De kist sluiten valt ze duidelijk zwaar en tegelijk voelt het goed om dit nog voor hem te kunnen doen. Zo nemen ze afscheid, ieder op hun eigen manier. Rutger staat in de woonkamer waar de overige familie wacht; in hun handen zelf uitgezochte bloemen en wilgenbladeren uit de eigen tuin. Een voor een worden ze in de band rondom de kist gestoken. Met alle aanwezigen, jong en oud, ben ik getuige van een magisch moment. Als de bloemenband zich bijna heeft gevuld, valt opeens een straal zonlicht op de kist en op de familie. Dan klinkt helder een kinderstem: ‘Kijk, opa ligt in een tuintje, daar houdt hij zo van!” Voordat Rutgers reis naar de begraafplaats begint, dragen in de ontvangsthal alle medebewoners hun bloemen aan. De bloemenband versterkt de onderlinge band en maakt ze deelgenoot van een intiem samenzijn: een afscheid dat nu eenmaal bij het leven hoort. Niet eng en stijfjes, maar ontspannen en verbindend. Precies zoals Rutger het had gewild.
TEKEN (23 april 2025)
Mijn vakantie in Italië is net begonnen als mijn mobiel afgaat. Een vriend belt met een akelige boodschap. Natalie is dood. Ik schrik. Natalie is mijn vriendin en al wist ik dat ze ziek was, dit komt totaal onverwacht. Mijn gedachten gaan alle kanten op. Ook over de rouwkaart. Als uitvaartbegeleider je werk is, dan kun je dat niet zomaar uitzetten omdat je toevallig met vakantie bent. De volgende dag zit ik op een terras in de Italiaanse zon en mijmer over Natalie. Ik denk weer aan de kaart en bel de vriend. Ja, hij weet wat er op de kaart zal staan. Een vlinder, zegt hij. Een gele. Terwijl ik me afvraag wat Natalie hiermee wilde zeggen, zie ik vanuit m’n ooghoeken iets bewegen. Uit het niets te komt een gele vlinder aanvliegen en dartelt even om me heen. Ik krijg kippenvel, voel m’n ogen vochtig worden en hoor mezelf zeggen: daar ben je Natalie! Daags voor de uitvaart zie ik haar zus. Ik denk dat ik je antwoord al weet, maar ik vraag het je toch. Waarom een gele vlinder? Haar zus vertelt dat ze kort voor Natalies dood haar had gevraagd of ze af een toe een teken wil geven. Als je een gele vlinder ziet, ben ik dat, had ze gezegd. Typisch iets voor Natalie om langs te komen in Italië, zegt haar zus, toen ik vertelde over mijn ontmoeting met de gele vlinder. Natalie hield van die mediterrane warmte. Het is 6 april als ik dit schrijf. Ik ben net terug van een duinwandeling en zag zojuist de eerste gele vlinder van het seizoen. Daar ben je weer, Natalie! Ik denk dat ik maar een column over je ga schrijven. Want het zou me niets verbazen als meer mensen dergelijke tekens van hun overleden dierbaren ontvangen…
PLEK (9 april 2025)
Het is tegennatuurlijk als ouders hun kinderen overleven. Maar de natuur trekt zich daar helaas niets van aan. Riley wordt thuis geboren. Een kerngezonde baby, zo lijkt het. Des te schokkender als al na een dag blijkt dat er iets mis is met z’n hartje. Riley moet met spoed per helikopter naar het ziekenhuis. Het mag niet baten. De ouders, al papa en mama van een dochtertje, raken overspoeld door hun emoties, ieder op hun eigen manier natuurlijk. Riley moet thuis zijn, vinden ze. Veilig in het wiegje waarin hij maar zo kort mocht liggen. Geen kraamtijd, geen roze wolk, maar een bittere realiteit. In de gesprekken met de ouders geef ik wat suggesties hoe ze deze dagen toch iets kunnen doen om Riley echt in het gezin op te nemen, wat ze graag willen. Hoe liefdevol en dapper de vader en moeder Riley verzorgen, raakt me diep. Papa verwisselt een paar keer per dag de koelelementen in het wiegje. Mama kamt Riley’s haartjes en smeert babycrème op z’n gezichtje. Riley’s zus maakt tekeningen voor haar broertje die ze bij hem legt. Kostbare dagen vol rituelen die, terwijl de echte rouw nog niet of nauwelijks gevoeld en toegelaten kan worden, mama, papa en zus nog meer met elkaar verbinden dan ze al waren.En dan komt de dag dat het gezinnetje Riley het crematorium binnendraagt. In de aula ligt, in een open mandje, een prachtig kindje. Het mooiste zoontje en het liefste broertje van de hele wereld. Zijn ziel is vertrokken, maar dwars door tijd en ruimte heeft Riley de liefde van zijn ouders en zus gevoeld, daar ben ik van overtuigd. Ik heb nog contact met het gezin en zie bij hen thuis foto’s van drie kinderen aan de muur. Een prachtige Riley, te midden van grote zus en… een klein broertje. Het ontroert me diep als ik zie hoe ze de dood niet hebben weggestopt en Riley de plek in het gezin geven die hij verdient.
KOM! (26 maart 2025)
MANDJE (12 maart 2025)
Katten horen in een mand. Mensen niet. Toch? Of niet? Ik stap het huisje van Julia binnen. Wat jaren geleden was ik er voor haar moeders uitvaart. Wat ik toen voelde, voel ik weer: Julia’s grenzeloze liefde voor haar katten. Zo staan overal mandjes, voor als ze even niet op schoot liggen. Op de tafel staat, net als toen, thee met appeltaart. In mandjes hebben katten hun draai gevonden zoals alleen katten dat kunnen. We praten over een uitvaart. Maar nu die van Julia. Ze is ziek en weet dat het niet lang meer zal duren. Julia valt met de deur in huis. Ze wil ook in een mandje liggen. En rondom zo’n band waar je bloemen in steekt, zegt ze. Meteen borrelen ideeën in me op. Creatief durven denken levert vaak iets bijzonders op, vind ik. En Julia verdient iets bijzonders. Een paar weken later bezoek ik haar in het hospice, de bloemenband in m’n tas. Wat ze niet weet: de band is speciaal voor haar gemaakt. Ik vroeg de maakster er katten op af te beelden. Misschien is het nog leuker met Julia’s katten erop, stelde ze voor. Ja! Met wat zoeken kon ik een paar foto’s achterhalen. Julia houdt de band in haar handen. Ze is diep ontroerd. Een spektakelstuk…, brengt ze uit. Wat een mooie gedachte dat m’n katten mij straks gaan vergezellen op m’n laatste reis. De dag van het afscheid. Julia ligt in de aula, in haar mandje. Mensen steken bloemen in de band. Het lijkt alsof haar katten rondom haar waken. De liefde die Julia heeft gegeven krijgt ze van ze terug en neemt ze mee op haar reis.
COMPLEET (26 februari 2025)
Ken je Wereldlichtjesdag? Op die dag worden wereldwijd kaarsjes gebrand voor overleden kinderen. Ik heb me lang ingezet voor dit initiatief. Want deze kinderen horen erbij en houden we op deze manier levend, waar ze ook zijn. Tijdens een gesprek met een echtpaar, beide al in de 80, komt Wereldlichtjesdag ter sprake. Even is het stil. De man krijgt vochtige ogen en slikt iets weg. Dan vertelt de vrouw over hun dochtertje dat meteen na haar geboorte kwam te overlijden. Dood, maar na 59 jaar nog springlevend in hun hart. Zodra Merel is geboren, wordt al snel duidelijk: ze gaat het niet redden. Afscheid nemen is niet mogelijk. Merel wordt meteen bij de kersverse mama en papa weggehaald. En dat slaat een wond waarvan de pijn bijna 60 jaar later nog steeds voelbaar is. Binnen een jaar wordt het volgende kindje geboren. Gelukkig, alles is goed. De gezonde tweeling die erna komt maakt het gezinnetje compleet. Maar wat is compleet zonder Merel? Ze is en blijft toch de oudste van het stel. Op welke dag is Merel eigenlijk geboren, vraag ik. Ze kijken elkaar aan. Ook dat leek verdwenen. En als het ooit zover is, komt ze dan op de rouwkaart te staan? Twee vragen waar niet eerder over is nagedacht, maar energie geeft om, met hulp van de schoonzoon, de geboorteakte te achterhalen en Merel alsnog te laten inschrijven in hun trouwboekje. Het ontroert me als ik dit leen paar weken later van ze hoor. Wat ontroerend! Ze bestond al maar nu bestaat ze echt, zegt de papa van 85. Voor ons hoorde ze er al bij, maar nu heeft ze echt de plek in onze familie waar ze recht op heeft, zegt de mama van 84. En als mensen ooit onze rouwkaarten lezen, weet iedereen wie Merel is, klinkt het vol opluchting.
OPRIT (12 februari 2025)
Wat is erger, als iemand totaal onverwacht komt te overlijden of als je het ziet aankomen? Natuurlijk, dit is niet te vergelijken. Ook is zoiets heel persoonlijk. Als Wouter onverwacht in zijn slaap komt te overlijden, is de schok groot voor zijn echtgenote en hun kinderen. Duidelijk is dat het Afscheidshuis de beste plek is waar Wouter tot de dag van de uitvaart zal verblijven. Ik spreek alles met de familie door; er is ongeloof, tranen vloeien geregeld. Maar ik zie trots bij de echtgenote als ze vertelt wat haar man heeft gemaakt. Haar trotse blik blijft in mijn gedachten. Of ik iets wil zien. Natuurlijk! We lopen naar de garage die Wouter steen voor steen heeft gebouwd en waar veel uit z’n handen kwam. Ik ben onder de indruk. Het terras dat uit z’n handen vloeide, is het sluitstuk van de kleine rondleiding. Of niet? Want nu hoor ik over Wouters laatste project: de oprit van kleine tegeltjes, stuk voor stuk gelegd. We bespreken de invulling van het afscheid. Waar gaat de rouwauto langs naar het crematorium? Langs thuis, wordt besloten. En wat als de rouwauto een moment zou stilhouden op jullie oprit, opper ik. Die dag vertrekt de auto vanaf het Afscheidshuis. Het gezin rijdt er achteraan. Bij het huis aangekomen, rijdt de rouwauto de oprit op. De motor verstilt, de chauffeur stapt uit. De anderen volgen; ze staan naast elkaar en hebben de armen om elkaar heengeslagen. Een intiem eerbetoon op een veelzeggende plek. Ik voel hun gemis en verdriet. En ook de onderlinge verbinding. Een zeer persoonlijk begin van een mooie uitvaart.
TUINHUIS (29 januari 2025)
Jan is niet meer. Jan, de zachtaardige man die mij vorig jaar had benaderd om de uitvaart van zijn moeder te regelen. Vier maanden later belt z’n vrouw. Het leven viel Jan te zwaar. Hij wilde naar het licht. Ik zit aan dezelfde keukentafel, nu zonder Jan. Door het raam zie ik de tuin. Sprookjesachtig mooi! De tuin ademt Jan, vinden we. Net als z’n tuinhuis, waar het zonlicht, door de door Jan gemaakte glas-in-loodramen altijd kleurrijk naar binnen valt. En van waaruit muziek klonk als Jan zich, met de honden aan z’n voeten, had teruggetrokken met een boek of z’n kunst. We besluiten dat de tuin de plek van de uitvaart wordt en dat Jan de dagen tussen overlijden en uitvaart in zijn tuinhuis zal liggen. Een mand van wilgentenen? Ja hoor, ga ik regelen. We creëren een liefdevolle opbaar-plek, gevuld met Jans muziek en de dingen die hem tot voor kort nog hier op aarde hielden. De dag van het afscheid. Jan ligt buiten, op boomstammetjes. Vrienden spelen gitaar, halen mooie herinneringen op aan zijn leven en ieder van ons plukt een bloem uit de tuin en legt de bloem bij hem neer. De rouwauto staat klaar om naar het crematorium te gaan en even later lopen we op het bekende landweggetje een stukje achter Jan aan. Dag Jan. Terug in de tuin genieten we van zelfgemaakte soep en broodjes. De tent, die we voor het geval het zou regenen hebben neergezet, staat er werkloos bij. Er branden vuren en voor wie het toch nog koud heeft liggen er dekentjes. Maar op dit moment is het droog en vullen zonnestralen het glas-in-lood van het tuinhuis met een sprookjesachtige gloed.
KABELTJE (15 januari 2025)
Wat doe je als je op de uitvaart van je oma wilt pianospelen en alles tegenzit? Je vertrouwt erop dat alles uiteindelijk goed komt… Oma Dawn geniet enorm als kleinzoon Maurice piano voor haar speelt. Vaak ziet ze hem al van verre aankomen, keyboard onder z’n arm. En Maurice geniet als hij ziet hoe oma geniet. Dan komt oma te overlijden. Ondanks zijn verdriet weet Maurice meteen: tijdens het afscheid wil hij voor oma Dawn spelen. In de voorbereiding bespreek ik met de familie welke momenten passend zijn om de livemuziek te laten klinken. Als iedereen binnenkomt? Ja, mooi! Als alle aanwezigen een kaars aansteken? Ja, ook mooi! Daags erna arriveren we bij het crematorium. Maurice met het keyboard onder de arm. Opeens zie ik paniek in z’n ogen. Durft hij niet meer? Nee, het kabeltje om de elektrische piano te verbinden met de boxen mist. Maurice racet naar huis, maar vergeet z’n sleutels. Verward rijdt hij terug. Een vriend schiet te hulp en vertrekt, mét sleutels, om het kabeltje te halen. Ondertussen nadert het kaarsen-moment. Gelukkig was mij bijgebleven dat oma Dawn van stilte hield. Alsof het zo was bedoeld, improviseren we en laten we de kaarsen in stilte aansteken, als moment van bezinning. De onderlinge verbinding is voelbaar. Dan gaat een deur open. In de deuropening staat de vriend met het kabeltje. Even later vult de aula zich met Trois Gymnopédies van Satie, het stuk waar oma Dawn zo van hield. Het past nog precies binnen de tijd. De aanwezigen lopen de zaal uit als Maurice tegen mij zegt: al liep het anders en was het wat kort, ik heb gelukkig toch nog voor oma kunnen spelen.
TRACTOR (2 januari 2025)
Het eerste wat mijn zoon, destijds vier jaar jong, zegt als ik hem vertel dat Albert is overleden is: “Nu kan hij nooit meer op de tractor rijden”. Een rake opmerking van een kind van vier. Daar kan ik niets tegenin brengen. Mijn oom Albert had samen met zijn broer Herbert de tuinderij van zijn vader overgenomen. Als kind al werkte hij mee op de tuinderij en was hij gefascineerd door machines en tractoren in het bijzonder. Zo ging hij vaak met de tractor op pad om andere tuinders te helpen. Maar ook schoolkinderen, die altijd welkom waren op het bedrijf van mijn ooms, mochten op de tractor zitten. Dat was altijd een groot feest. Op 56-jarige leeftijd, veel te vroeg, overlijdt Albert. Zijn broer Herbert oppert dat Alberts laatste rit naar de begraafplaats op de aanhangwagen achter een tractor moet zijn. En zo geschiedde. In de ijzige december koude wordt de kist met het lichaam van Albert op de aanhangwagen gezet, gestut door kratten waarin normaal de bloemen en groenten naar de veiling worden gebracht. Zo rijden we eerst naar de zaal waar het afscheid plaatsvindt. Daar wordt de kist op strobalen geplaatst. Na afloop zetten we de kist weer op de aanhangwagen en begint Albert echt aan zijn laatste reis naar de begraafplaats. Langzaam rijdt de rouwstoet achter de tractor aan, dwars door het dorp. Tot groot geluk van mijn zoon kan Albert toch nog één keer met de tractor op reis. Een zomer later. Ik ben in Engeland op een country fair waar ook vele grote en kleine tractoren tentoongesteld worden. Natuurlijk moet ik, zoals wel vaker, aan Albert denken. Ik maak een foto van een fraai exemplaar en app deze naar zijn broer. Prachtig!, reageert hij. Mooi om zo samen weer even bij Albert stil te staan, met in gedachte die bijzondere laatste rit.
Whisky (18 december 2024)
Juultje in Canada is acht jaar als haar vader overlijdt. Juultje is dol op hem en wil bij de begrafenis zijn. Nee, je bent te jong, zeggen ze. Juultje dealt ermee zoals jonge kinderen dealen met dingen die ze willen maar niet mogen. Kort daarna verhuist het gezin naar Nederland. Dertig jaar later. Juultje reist naar Canada om het graf te bezoeken. Elke dag, een week lang. Herinneringen blijven komen. Ze zit bij papa op schoot en drinkt het laatste ijswater uit z’n whiskyglas. Een vleugje bourbon. Vies! En ook lekker, omdat het niet mag, maar stiekem wel van papa. Hardop denkt ze: je lust vast wel een slokje. Op de laatste dag loopt Juultje het kerkhof op, in haar hand een miniatuurtje. De inhoud giet ze over het graf. De geur van bourbon zet haar meteen weer op schoot. Onder de grafsteen verstopt ze de dop. Met een bagel. Bij whisky moet je wat eten, weet ze nog van papa. Juultjes moeder overlijdt en herinneringen aan haar vader komen terug. En aan de reis naar zijn graf. Als we dingen bespreken, zegt ze opeens: ik heb het flesje nog. Ik vraag haar wat ze ermee zou willen doen. Nou, dat weet ze wel. De dag van de begrafenis. Het flesje staat op de kist. Dit keer is Juultje erbij. Na afloop vertrouwt ze me toe: vandaag heb ik mijn moeder én vader begraven. En al zijn flesje en dop niet bij elkaar, haar beide ouders zijn dat wel weer.
Vlinders (4 december 2024)
Vier jonge kinderen staan om de kist van hun lieve oma. Ik sta erbij en zie hoe ze elk op hun eigen manier omgaan met het feit dat oma nu dood is. Oma ligt in de kist, het deksel zit erop maar is nog niet gesloten. Dan is het moment daar om het deksel vast te zetten. Doorgaans gebeurt het sluiten met standaard schroefknoppen. Een ritueel dat door de familie zelf kan worden gedaan en deze familie vormt hierop geen uitzondering. Maar de wijze waarop wel. Tijdens de gesprekken met de familie heb ik het idee van vlindersluitingen geopperd. Deze houten vlinders spreken tot de verbeelding en lenen zich goed voor kinderen om hun gevoelens op een creatieve manier te uiten. De kleinkinderen zijn druk aan het kwasten geweest en staan nu rond de kist terwijl ze hun vlinder stevig vasthouden. Kostbare, kleurrijke geschenken. Tekens van liefde voor oma. Zorgvuldig draaien ze hun vlinder vast. En dan vraagt een kind me hoe oma naar de hemel zal gaan. Sommige mensen geloven dat een engel je meeneemt op z’n vleugels, vertel ik. Oma kan ook op de vleugels van de vlinders naar boven vliegen, oppert het kind. Verwachtingsvol keek ze wat ik ga antwoorden. Ja dat zou mooi zijn, zeg ik. Het definitief sluiten van de kist werd zo een onvergetelijk moment, waarbij de kleinkinderen hun gedachten en gevoelens rondom oma’s dood konden delen.










